Waarom we woorden inslikken die we eigenlijk zouden moeten uitspreken

We zwijgen omdat we niemand willen kwetsen.
Omdat we een conflict willen vermijden.
Of omdat we gewoon niet goed weten hoe we het moeten zeggen.

Maar ondertussen blijft het probleem bestaan.
En vaak … wordt het daardoor alleen maar groter.

Inspiratie voor mijn blogs haal ik vaak uit situaties van mijn klanten. Maar soms ook gewoon uit mijn eigen gezin. En eerlijk? De afgelopen weken kreeg ik twee verhalen te horen die eigenlijk over exact hetzelfde gingen.

Dus geen grote drama’s of levensveranderende beslissingen. Het ging over iets waar we allemaal wel eens tegenaan lopen: iets moeten zeggen dat eigenlijk gezegd moet worden, maar waar je toch tegenop ziet.

Het eerste verhaal kwam van mijn oudste dochter. Zij studeert momenteel in Barcelona en moet voor het vak marketing een groepswerk maken. Op zich niets bijzonders natuurlijk, want groepswerken horen nu eenmaal bij studeren. Alleen liep het niet echt zoals gehoopt.

De andere groepsleden stelden zaken uit, kwamen niet opdagen op voorbereidende meetings of voerden hun opdrachten gewoonweg niet uit. Blijkbaar kregen ze voor een ander vak ook een zware opdracht en gaat al hun aandacht daar heen. Dat verandert uiteraard niets aan het feit dat ook dit vak belangrijk is.

Dus daar zat mijn dochter: in een vreemd land, in een taal die niet haar moedertaal is, met een groepswerk dat niet vooruitgaat en een deadline die steeds dichterbij komt.

“Mama, hoe pak ik dat aan?”, vroeg ze me.

Ik moest spontaan glimlachen. Niet omdat haar situatie grappig was, maar omdat dit exact het soort situatie is waar ik zo vaak met mijn klanten rond werk.

Ik zei haar: “Gebruik gewoon de regels van verbindende communicatie.”

Wie mijn blogs al langer leest, weet dat ik daar al vaker over geschreven heb.
Bijvoorbeeld deze blog, deze, deze en deze.

De theorie is eigenlijk eenvoudig. De praktijk is vaak een ander verhaal.

Nog geen dag later zat mijn man trouwens met een gelijkaardige vraag.

Er werkt momenteel een student bij hem op kantoor. Op zich geen probleem natuurlijk maar persoonlijke hygiëne bleek niet meteen zijn sterkste kant te zijn.

“Schat,” zei mijn man, “hij ruikt zo hard dat mijn kantoor binnen de kortste keren niet meer zo fris ruikt … en zelfs met die geurstokjes krijg ik het niet meer opgelost.”

Ik moet toegeven dat ik ook even moest lachen om de situatie maar tegelijk was het natuurlijk ook een serieus probleem. Klanten komen het kantoor immers binnen en mijn man is iemand die veel belang hecht aan professionaliteit. Hij wil dat zijn kantoor dat ook uitstraalt.

Dus zei ik hem: “Zeg er iets over.” Zijn reactie kwam meteen: “Maar hoe? Ik wil die jongen niet in verlegenheid brengen.”

Dat is precies de reden waarom zoveel mensen hun mond houden.

We willen niemand kwetsen. We willen geen ongemakkelijke situatie creëren. We willen vooral vermijden dat iemand zich slecht voelt door wat wij zeggen. We vergeten daarbij vaak één belangrijke vraag:

wie voelt zich ondertussen wél slecht?

Mijn dochter voelde extra stress over een groepswerk die misschien perfect vermeden kon worden. Mijn man maakte zich zorgen over wat klanten zouden denken wanneer ze zijn kantoor binnenkwamen. En die student? Die wist waarschijnlijk niet eens dat er een probleem was.

Dus heb ik mijn man nog eens rustig uitgelegd hoe verbindende communicatie werkt. Blijf bij de feiten, zonder beschuldigingen of interpretaties. Benoem gewoon wat je merkt.

De avond daarop kwam mijn man bij me staan met een trotse blik: “Schat, ik heb het gezegd.”

Ik vroeg hem hoe hij het had aangepakt. Hij had mooi de stappen van verbindende communicatie gevolgd: hij bleef bij de feiten, bleef respectvol en bracht de boodschap rustig over.

Ik kreeg spontaan een grote glimlach op mijn gezicht. Hij had het echt goed gedaan. En eerlijk? Hij kreeg ook een extra pluim van mij want ik weet dat mijn man het niet gemakkelijk vindt om zulke gesprekken te voeren … maar hij heeft het wel gedaan.

Toen was ik uiteraard ook benieuwd hoe het bij mijn oudste dochter was gegaan.

Noor had ondertussen haar groep aangesproken. Tijdens dat gesprek bleek dat de andere studenten inderdaad vooral bezig waren met een groepswerk voor het andere vak dat zij als belangrijker beschouwden.

Noor bleef rustig en reageerde heel duidelijk: dat dat natuurlijk hun keuze was, maar dat het haar rekening niet kon maken. Zij wou dit vak ook ernstig te nemen en zou hun inzet in het gezamenlijke groepswerk dus zeker appreciëren.

Blijkbaar kwam die boodschap wel binnen, want één van de groepsleden begon meteen meer zijn best te doen.

Wat ik ook mooi vond: Noor had net voordien ook even haar docent ingelicht. Ze bracht gewoon de feiten over, zonder emoties of verwijten. Ze vertelde wat er gebeurde en waar ze tegenaan liep.

De docent kon haar manier van communiceren duidelijk appreciëren en liet haar weten dat hij de groep ook in het oog zou houden. Als het nodig was, zou hij hen zelf aanspreken.

Ook bij Noor heeft verbindende communicatie dus gewerkt.

En eerlijk? Dit soort situaties zie ik overal.

Bijvoorbeeld: je man belooft al weken dat hij de vuilnisbakken buiten zal zetten. Wanneer je op de avond vóór de ophaling thuiskomt, zie je bij elke huis in de straat het vuilnis buiten staan … behalve bij jou thuis.

Of wanneer je collega steeds de saaie taken naar jou doorschuift, terwijl hij zonder blozen de interessante projecten naar zich toe trekt.

Of wanneer een vriendin tijdens elk gesprek alleen nog over haar nieuwe hobby praat. Enthousiast, dat wel, maar ondertussen vraagt ze al weken niet meer hoe het met jou gaat.

Of wanneer je zoon werkelijk alles lijkt te doen om zijn klusje in huis maar niet te hoeven doen en jij het ondertussen beu bent om er telkens weer om te moeten vragen en op die manier de “zeurkous” te zijn.

In al deze situaties gebeurt vaak hetzelfde: je zegt eerst niets en dan begin je je een beetje te ergeren. Daarna nog een beetje meer. En voor je het weet, zit je in die fase waar iets kleins plots een veel groter probleem wordt.

Net daarom kan verbindende communicatie zo helpend zijn. Niet omdat het een magische formule is, maar omdat het je helpt om eerder te spreken in plaats van later te ontploffen.

De basis is eigenlijk eenvoudig:

-            blijf eerst bij de feiten: wat zie of merk je, zonder oordeel of interpretatie;

-            benoem daarna het effect: wat doet dat met jou of met de situatie;

-            formuleer ten slotte wat je nodig hebt of welke afspraak je wil maken.

Wanneer je op deze manier communiceert, vermijd je aanvallen en beschuldigingen en geef je de ander de kans om te begrijpen wat er speelt.

En heel vaak – vaker dan we denken – blijkt dat mensen het gewoon niet beseffen. Dat ze geen idee hadden dat hun gedrag een impact had op anderen.

Misschien is de vraag dus niet: “Zal ik iemand kwetsen als ik dit zeg?”

Maar eerder: Wat kost het mij als ik blijf zwijgen?

Want heel eerlijk? Dat kost vaak veel meer energie dan één moeilijk gesprek. 😉

Dus ik ben wel eens benieuwd.

Wanneer had jij het onlangs moeilijk om iets uit te spreken? En hoe heb je het aangepakt?

Laat het hieronder weten en wees zo een inspiratie voor anderen.