Hoe je zelfvertrouwen kweekt (zonder dat je plots iemand anders hoeft te worden)

Afgelopen week kreeg ik een mail van een journaliste met de vraag hoe je het zelfvertrouwen krijgt als dat van Ruben Van Gucht. Je weet wel, dat soort zelfvertrouwen waarbij je rustig een topchef tegenspreekt en ondertussen niet lijkt te twijfelen aan jezelf. (Check Celebrity Masterchef op Play).

Ik moest daar even om glimlachen. Niet omdat het zo vanzelfsprekend is, maar net omdat het voor de meesten van ons helemaal niet zo is.

Laat ons eerlijk zijn: de meeste mensen denken dat zelfvertrouwen betekent dat je zeker bent. Dat je weet dat je gelijk hebt. Dat je zonder twijfel ergens voor gaat staan.

Maar zo werkt het niet.

Zelfvertrouwen betekent niet dat je geen twijfels hebt. Het betekent dat je, ondanks die twijfel, jezelf genoeg vertrouwt om toch te bewegen. Om toch iets te zeggen. Om toch je hand op te steken terwijl de rest van de groep een ander antwoord geeft en je ergens diep vanbinnen voelt: “oei, wat als ik er compleet naast zit?”.

Onlangs moest ik samen met mijn man zo’n vormingsmoment voor volwassenen volgen om onze kinderen te leren auto rijden. Op een bepaald moment stelt de instructeur een vraag waarop ik als enige van de groep een ander antwoord gaf dan de rest. Mijn man keek ook verbaasd naar mij omdat ik bij mijn standpunt bleef. Uiteindelijk bleek ik het als enige bij het rechte eind te hebben. Op het moment zelf had ik uiteraard mijn twijfels omdat iedereen er anders over dacht maar ik bleef wel bij mijn standpunt.

Ik ken dat gevoel van onzekerheid en twijfel heel goed. Niet alleen door dat ene moment maar wel door ervaringen doorheen een groot stuk van mijn leven. Ik ben namelijk niet opgegroeid met het idee dat ik alles wel zou kunnen. Integendeel, ik kreeg zo vaak te horen dat ik iets niet zou kunnen of dat het niets voor mij zou zijn. Als je zoiets vaak genoeg hoort, dan begin je dat ook te geloven, of toch op zijn minst te twijfelen telkens je iets nieuws probeert. Maar … als je het nog nooit gedaan hebt, hoe kan je dan weten dat je het niet kan of dat het niets voor jou is?

De verandering voor mij was niet die twijfel die plots verdwenen is. Ik ben het gewoon beginnen doen. Eerst klein, bijna onzichtbaar klein en dan stilaan iets groter.

Ik denk bijvoorbeeld nog vaak terug aan die keer dat ik, net gescheiden, een bestelwagen moest huren voor een verhuis. Alleen al het idee maakte me zenuwachtig, want ik had nog nooit met zo’n ding gereden. Maar ergens was er ook iets in mij dat dacht: “Als die verhuurfirma denkt dat ik dat kan, wie ben ik dan om dat meteen tegen te spreken?” 😉

Dus ik ben vertrokken. Met een klein hartje, dat wel. De eerste kilometers waren allesbehalve ontspannen, maar ergens onderweg kantelde dat. Niet plots spectaculair, maar eerder zo’n zacht besef: “Hé, ik ben dit hier gewoon aan het doen. Maar wel met een grote smile op mijn gezicht!

En ja, dat leidde soms tot momenten die allesbehalve perfect waren. Zoals die keer dat ik met die bestelwagen een McDrive inreed omdat mijn dochters absoluut McDonalds wilden eten en ik pas op het laatste moment besefte dat dat qua hoogte misschien geen geweldig idee was. Achteruit moeten rijden, dochters die meekijken … het was niet mijn meest gracieuze moment. Maar wel lachwekkend!

Maar wat ik dus wil zeggen: we deden het! En dat blijft hangen. Niet de gêne, maar het feit dat ik het gedaan had en het feit dat mijn dochters zagen dat ik – ondanks alle obstakels – bleef glimlachen en volhouden. Dat heeft er ook toe geleid dat zij nu ook veel zelfzekerder in het leven staan.

Dat is misschien wel de kern van zelfvertrouwen: dat je voor jezelf bewijzen verzamelt. Niet door alles juist te doen, maar door dingen te doen en te merken dat je het overleeft. Dat je bijstuurt. Dat je leert. Dat je soms achteruit moet rijden en dan gewoon parkeert en binnen gaat eten.

Wat ik ook heb geleerd onderweg, is dat niet elke mening evenveel gewicht verdient. Dat klinkt misschien simpel, maar dat is het niet. Zeker niet als je geneigd bent om te luisteren naar iedereen, om rekening te houden met alles, om jezelf voortdurend bij te sturen op basis van wat anderen zeggen.

Maar zelfvertrouwen groeit net op het moment dat je begint te filteren. Dat je jezelf afvraagt: “Kan ik iets met deze mening of raad?”  En dat je ook durft zeggen: “Nee, dit laat ik passeren.
Niet omdat je koppig wil zijn, maar omdat je voelt dat het niet van jou is.

Daar zit ook net het verschil met arrogantie, want dat wordt vaak door elkaar gehaald. Zelfvertrouwen betekent niet dat je denkt dat je het beter weet dan de rest. Het betekent dat je stevig genoeg staat om je eigen pad te volgen, terwijl je tegelijk open blijft staan om bij te leren. Arrogantie sluit af. Zelfvertrouwen blijft luisteren, maar laat zich niet zomaar omverblazen.

Wat mij persoonlijk ook enorm geholpen heeft, is mezelf omringen met mensen die wél in mij geloofden, op momenten dat ik dat zelf nog niet helemaal kon. Mensen die mij net dat duwtje gaven om toch iets te proberen en die mij niet meteen afschreven als het eens misliep.

Dat hoort er uiteraard ook bij: fouten maken. Dingen doen die niet werken. Momenten waarop je achteraf denkt: “Hmm, misschien had ik dat beter anders aangepakt. Maar daardoor groei je, als je bereid bent om er mild naar jezelf te kijken in plaats van jezelf neer te halen.

Misschien is dat nog wel het moeilijkste stuk: hoe je met jezelf omgaat wanneer het niet lukt. Want daar wordt zelfvertrouwen niet alleen gebouwd op succes, maar ook op zachtheid. Op het vermogen om te zeggen: “Oké, dit was niet perfect, maar ik ben hier nog en ik heb iets geleerd.

Dus nee, je hoeft geen Ruben Van Gucht te worden om meer zelfvertrouwen te hebben. Je hoeft geen grote statements te maken of mensen te overdonderen met je mening.

Het begint veel kleiner dan dat. Met een moment waarop je denkt: “Ik vind dit spannend”, en je het toch doet. Met een zin die je uitspreekt zonder hem eerst zachter te maken. Met een keuze die je niet aanpast, ook al doet iemand anders dat wel.

Telkens wanneer je dat doet, hoe klein ook, leg je een stukje fundering. Tot je op een dag merkt dat je daar gewoon staat. Niet zonder twijfel. Maar wel met genoeg vertrouwen om te blijven staan.

Hoe doe je dat concreet?

Wel, dit zijn de zaken die ik zelf heb gedaan (en nog altijd doe), niet perfect, maar wel consequent genoeg om verschil te maken. Ik vat het even samen:

  • Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Niet meteen in grote discussies, maar beginnen met kleine momenten waarop je een andere mening durft geven dan de rest. Gewoon zeggen: “Ik zie het anders”, en dan ook effectief zeggen waarom. En vooral: niet meegaan met de massa als je voelt dat het niet klopt voor jou.

  • Weet dat niet elke mening waardevol is.
    Echt. Dit verandert alles.
    Als je kritiek krijgt, zegt dat vaak meer over de ander dan over jou. Dus leer filteren: kan ik hier iets mee? Of laat ik dit gewoon passeren?

  • Maak je eigen bewijs.
    Door dingen te doen. Te proberen. Te falen.
    En te merken: “Ik overleef dit wel.”
    Dat is hoe vertrouwen groeit. Niet in je hoofd, maar in de praktijk.

  • Je hoeft niet iedereen te overtuigen.
    Soms is de enige vraag die je jezelf moet stellen: wil ik gelijk hebben of wil ik trouw blijven aan mezelf? Niet iedereen moet akkoord zijn. Echt niet.

  • Wees mild voor jezelf.
    Zelfvertrouwen groeit niet alleen door wat lukt, maar ook door hoe je reageert als het niet lukt.
    Dus niet: “Zie je wel dat ik het niet kan!”
    Maar wel: “Oké, dit liep anders dan gedacht, en ik leef nog.”

  • Fake it till you make it (maar dan op jouw manier).
    Niet overdreven. Niet geforceerd.
    Maar soms even denken: “Hoe zou iemand die stevig in haar schoenen staat, dit aanpakken?” En dat gedrag gewoon eens nabootsen.

  • Zet een timer op je twijfel.
    Geef jezelf bijvoorbeeld 10 minuten waarin je je mening niet verandert. Zo voorkom je dat je meteen plooit onder druk.

  • Verzacht je woorden niet.
    Laat zinnen weg zoals: “Ik ben niet zeker, hè …” Of “Ik kan fout zitten maar …”
    Zeg gewoon: “Dit is wat ik denk.” Of “Ik zie het anders.” Dit voelt spannend, maar het komt zoveel krachtiger over.

  • Leer ongemak verdragen.
    Dat gevoel wanneer jij de enige bent die iets anders zegt? Dat gaat niet weg. Maar je kan er wel aan wennen. Nadien onthoud je vooral dat je bent blijven staan.

  • Stop met gedachten als feiten te zien.
    “Ik ga door de mand vallen.” Of “Ze vinden dit dom.”
    Dat zijn gedachten. Geen waarheden.
    Dus als ze opkomen: merk ze op … en laat ze passeren.
    “Interessant, maar hier ben ik niets mee.”

 

Zo eenvoudig is het eigenlijk. Geen grote truc. Geen snelle fix.

Maar wel een hele reeks kleine momenten waarop je kiest om jezelf niet los te laten.

En geloof me: die tellen op.

Want onthoud: jij bent geweldig! En laat je niets anders wijsmaken.

Hoe reageer jij als je iets nieuws moet doen in je leven? Ga je ervoor of deins je terug omdat dat kleine stemmetje in je zegt dat je het niet zal kunnen? Laat het hieronder in de comments weten en we werken er samen aan!