Waarom emoties fantastische raadgevers zijn ... maar verschrikkelijke chauffeurs

Er zijn van die momenten waarop ik mezelf echt een beetje zielig vond. Niet omdat er iets dramatisch gebeurde. Integendeel, meestal gebeurde er net helemaal niks. Er stuurde iemand een berichtje: "Kunnen we straks even bellen?". En hopla ... daar gingen de radartjes in mijn brein!

Nog voor ik mijn gsm had weggelegd, had ik mezelf er al van overtuigd dat ik ongetwijfeld iets verkeerd gezegd had. Ik zag de ruzie al voor mij. Ik hoorde de teleurstelling al in de stem van de ander. Ik had mezelf mentaal al drie keer geëxcuseerd.

Een uur later bleek dat die persoon gewoon wou vragen of ik toevallig een goede loodgieter kende. Herkenbaar?

Wij mensen zijn ongelooflijk goed in het invullen van leegtes. Geef ons één klein stukje informatie en we bouwen er moeiteloos een compleet verhaal rond. Alleen begint dat verhaal zelden met: "Waarschijnlijk valt het wel mee." Nee hoor. We gaan meteen voor de thriller, inclusief dramatische soundtrack. (Van Jaws. 😉)

En het strafste? Op dat moment voelt dat verhaal ook gewoon echt waar. Niet omdat het waar ís maar omdat het waar vóélt. En wat waar voelt, geloven we meestal ook.

Dat besef heeft voor mij echt een wereld van verschil gemaakt. Jarenlang dacht ik dat mijn emoties het probleem waren. Dat ik gewoon te gevoelig was. Dat ik alles harder binnenliet dan andere mensen en daar maar mee moest leren leven. Tot ik besefte dat het niet mijn emoties waren die me in de problemen brachten. Het was het feit dat ik ze blindelings geloofde.

Want voelen en geloven zijn twee totaal verschillende dingen.

Je mag je afgewezen voelen zonder dat iemand je afwijst. Je mag onzeker zijn zonder dat je tekortschiet. Je mag je boos voelen zonder dat de andere automatisch ongelijk heeft.

Onze emoties liegen niet. Ze proberen ons iets te vertellen. Maar ze vertellen nooit het volledige verhaal. En toch behandelen we ze vaak alsof ze een officieel verslag van de werkelijkheid geven.

"Ik voel me niet goed genoeg, dus zal ik wel niet goed genoeg zijn."
"Ik voel me gekwetst, dus zal die andere dat wel expres gedaan hebben."
"Ik voel me boos, dus ik heb gelijk."

Herken je dat? Bij mij gebeurt dat nog regelmatig, zeker als ik moe ben.

Mijn man zegt iets onhandigs en vijf minuten later zijn we zogezegd een discussie aan het voeren over een lege pot yoghurt die nog in de koelkast staat. Alleen gaat het al lang niet meer over die yoghurtpot. Plots gaat het over alles wat de voorbije jaren ooit verkeerd gelopen is.

En ergens halverwege weet niemand nog waar de ruzie eigenlijk begonnen is. Dat is wat emoties doen wanneer ze het stuur overnemen: ze maken onze wereld kleiner.

Voel ik me onzeker? Dan zie ik plots alleen nog bewijzen dat ik niet goed genoeg ben.
Voel ik me teleurgesteld? Dan vergeet ik moeiteloos elke keer dat iemand er wél voor mij was.
Voel ik boosheid? Dan lijkt werkelijk elke opmerking van de andere irritant.

Ons brein is soms precies een ober die alleen serveert wat onze emoties besteld hebben.

"Voor mevrouw vandaag? Een extra portie doemdenken, drie herinneringen aan die gênante situatie uit 2018 en als dessert nog wat piekeren tot twee uur vannacht."

Smakelijk. En het gekke is ... Wij eten dat ook nog op. 😮🫣

Misschien is dat wel het lastigste: dat we zo snel geloven wat ons hoofd ons vertelt.

Ik betrapte mezelf daar regelmatig op. Iemand antwoordde wat later op een bericht en voor ik het goed en wel besefte, had ik daar al een verklaring voor bedacht. Die zal wel boos zijn. Of teleurgesteld. Of ik had iets verkeerd gezegd.

Terwijl de kans minstens even groot is dat die persoon gewoon in de Colruyt staat, zijn gsm niet gehoord heeft of met een snotterende kleuter bij de huisarts zit.

Maar nee, mijn hoofd koos resoluut voor het meest dramatische scenario.

Misschien herken je dat wel.

Iemand kijkt wat ernstig en jij denkt dat het over jou gaat. Een collega zegt weinig tijdens een vergadering en jij vraagt je af of je iets doms gezegd hebt. Je partner is wat stiller dan anders en nog voor de dag voorbij is, heb jij jezelf er al van overtuigd dat er iets fout zit tussen jullie.

Eigenlijk is dat best bijzonder: we vullen niet alleen de leegtes in, we vullen ze bijna altijd negatief in.

Als je daar eenmaal mee bezig bent, begint je brein heel hard bewijzen te verzamelen. Plots herinner je je nog drie andere momenten waarop die persoon kortaf was. Je ziet alleen nog wat in je verhaal past. Al de rest verdwijnt netjes naar de achtergrond. Alsof ons hoofd een advocaat is die koste wat het kost zijn gelijk wil halen.

Wat mij enorm geholpen heeft, is één klein zinnetje: "... dat denk ik."

Meer niet.

Niet: "Die is boos op mij."
Maar: "Ik denk dat die boos op mij is."

Voel je hoe groot dat verschil eigenlijk is?

Plots wordt een gedachte weer gewoon ... een gedachte. Geen feit. Geen waarheid. Geen onweerlegbaar bewijs. Gewoon iets wat door je hoofd passeert.

Eerlijk? Mijn hoofd heeft al zoveel onzin verkocht dat ik het stilaan met dezelfde mildheid bekijk als mijn gps wanneer die zegt dat ik rechtsaf moet rijden terwijl daar duidelijk een vijver ligt. (Yep, al voorgehad!).

Soms heeft mijn hoofd het bij het rechte eind en soms ook helemaal niet.

Misschien is dat wel wat emotionele intelligentie uiteindelijk is. Niet dat je minder voelt. Ook niet dat je altijd rustig blijft of nooit meer te snel reageert.

Wel dat je een klein beetje afstand leert nemen tussen wat je voelt en wat je vervolgens doet. Dat kleine stukje ruimte waarin je jezelf kunt afvragen:
"Is dit wat er gebeurt? Of is dit het verhaal dat mijn hoofd ervan maakt?"

Die vraag alleen al kan verrassend veel veranderen.

Want emoties zijn fantastische raadgevers. Ze wijzen je op wat belangrijk is. Ze vertellen je waar je grenzen liggen, waar iets pijn doet of waar je diep vanbinnen naar verlangt.

Maar ... ze hoeven daarom nog niet aan het stuur van je leven te zitten.

In mijn vorige blogs hier en hier schreef ik al over hoe belangrijk het is om emoties niet weg te duwen en hoe je moeilijke gevoelens beter kunt uiten dan wekenlang opkroppen. Dat blijft voor mij de basis. Maar misschien komt daarna nog een even belangrijke stap.

Luisteren.

En daarna zélf kiezen.

Want uiteindelijk wil ik mijn emoties wel een plaats geven op de passagiersstoel. Ze mogen gerust meepraten. Ze mogen me waarschuwen als er iets wringt. Ze mogen zelfs af en toe eens luid zuchten of panikeren.

Maar de handen aan het stuur ... die zijn van mij! En ik bepaal de route. 😁😉

En jij? Doet jouw brein ook aan NIVEA (Niet Invullen Voor Een Ander)? Of schrijft het soms ook complete thrillers op basis van één WhatsApp-bericht? 😄
Ik ben benieuwd. Laat het me zeker hieronder bij de comments weten!